Harm Renkema  spreker & trainer

In verbondenheid zaaien, gezamenlijk groeien om als mens tot bloei te komen en vrucht te dragen

Bewaar en koester het mooie en het goede! 

Je hebt zo van die dagen waarbij het verleden ineens weer bijzonder actueel is. Met name zo rond de jaarwisseling heb ik de neiging om terug te kijken en te evalueren. Meestal is het een soort inventarisatie van het jaar dat voorbij is. Maar afgelopen maandag was het niet terugkijken op 2017 maar werd ik door omstandigheden uitgenodigd om over een veel langere periode terug te blikken. Het was 1 januari en mijn echtgenote Riemke en ik brachten een bezoek aan onze goede vriend Louis. Wij waren met Oud en Nieuw bij onze dochter en schoonzoon in het midden van het land en vandaar uit gingen wij op Nieuwjaarsdag even op visite bij deze oude vriend. Louis kennen we al ruim 26 jaren. Hij woont alleen in zijn appartement in Den Bosch. Vroeger kwam hij regelmatig richting Fryslan maar de laatste jaren ontvangt hij liever bezoek dan dat hij zelf op reis gaat. 

Bij aankomst staat er een schoenendoos op tafel. Een schoenendoos die gevuld is met brieven en ansichtkaarten. Het blijkt de verzameling brieven te zijn die wij in de afgelopen jaren naar hem gestuurd hebben. Dit had ik kunnen verwachten want onlangs had hij mij tijdens een telefoongesprek al gevraagd wat hij met onze brieven en kaarten moest doen. 

“Zal ik ze weggooien of aan jou teruggeven?”  Over het antwoord hoefde ik toen niet lang na te denken. “Geef ze maar aan mij terug.” Ooit had hij mij toegezegd dat ze naar mij teruggestuurd zouden worden op het moment dat hij zou overlijden. Dat ik ze nu al bij leven in ontvangst mag nemen had ik niet verwacht. 

Even later zit ik in een stoel met de geopende schoenendoos op mijn schoot. De brieven en de kaarten zitten ordelijk in de doos, de brieven zijn zelfs genummerd. Ooit was Louis administratief medewerker. Nieuwsgierig pak ik nummer één en ondanks dat ik nauwelijks meer schrijf herken ik nog steeds mijn eigen handschrift. Op de envelop staat geschreven: 

Aan broeder Louis p/a Abdij Sion Diepenveen. 

Ontroert haal ik mijn eerste brief aan hem uit de envelop. Boven in de rechterhoek staat de datum: 23 maart 1991. Terwijl mijn ogen vluchtig langs de geschreven letters gaan komen de herinneringen aan mijn eerste ontmoeting met Louis terug. 

Het is maandag 19 maart 1991 en ik sta op het punt om naar huis te gaan. Een lang weekend ben ik te gast geweest in het klooster te Diepenveen. Ik heb genoten van de stilte van de Abdij en heb uren gewandeld in de Sallandse bossen en landerijen. Ik ben 27 jaar, gehuwd, vader van twee kinderen en ben bezig met de afronding van mijn studie Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan de Vijverberg te Ede. Tijdens dit weekend had ik in de ommuurde kloostertuin kort gesproken met een vriendelijke man van een jaar of vijftig. Ik dacht dat hij een gast was maar hij bleek een bewoner van het klooster te zijn. Ik had in eerste instantie niet door dat hij ook een monnik was, hij had namelijk geen habijt aan. Hij woonde sinds een paar maanden in Sion en was serieus aan het onderzoeken of een monastiek leven iets voor hem zou zijn. 

Terwijl ik met mijn weekendtas in de hand op het punt sta om door de poort naar buiten te gaan spreekt deze man mij opnieuw aan. Hij glimlacht en kijkt mij aandachtig aan en zegt dan tegen mij dat het belangrijk is om het mooie dat in mij is te bewaren en te koesteren. Verbaasd en geraakt door zo’n onverwachte opmerking kijk ik hem aan. Ik moet het mooie dat in mij is bewaren en koesteren… Okay dan….Vijf minuten later loop ik langs de lange beukenlaan van de Abdij naar de bushalte en zijn bijzondere woorden echoën nog een tijd lang na in mijn hoofd voordat ze landen in mijn hart. “Ik moet het mooie dat in mij is bewaren en koesteren.”  Het verrast mij dat een compleet onbekende zoiets tegen mij zegt. En wat me eigenlijk nog meer bezighoudt is de vraag: “wat heeft hij gezien in mij wat dan zo mooi is?”  

Terwijl ik mijn eerste brief aan Louis weer netjes opvouw en in de envelop stop vraag ik me af wat ik in de afgelopen jaren met zijn aanbeveling gedaan heb. Heb ik het mooie en het goede bewaard en gekoesterd? Ik ben in ieder geval heel blij dat hij deze brieven bewaard heeft en ik koester ze nu als een waardevolle schat. Thuisgekomen zoek ik direct zijn brieven aan mij erbij op. Ook ik heb zijn deel van onze correspondentie zorgvuldig bewaard. Ze zitten namelijk allemaal in een grote blikken trommel. Niet genummerd en op datum maar wel allemaal op één plek. Ik ben namelijk een echte verzamelaar maar administratie is niet mijn sterkste punt. Ik zal de komende tijd gebruiken om bepaalde zaken wat op orde te brengen. 

Best wel spannend eigenlijk om je eigen brieven van ruim 25 jaar geleden opnieuw te lezen. Hoe stond ik toen in het leven? Welke vragen en thema’s waren belangrijk? Welke verwachtingen en verlangens had ik toen? Hoeveel is hier vanuit gekomen? Terwijl ik deze vragen opschrijf herinner ik mij een citaat uit een boek van Henri Nouwen. Het boek “Open uw hart” was één van de eerste spirituele boeken dat mij als jongeman enorm aansprak. Hij schrijft in de inleiding van dit boek:

Als ik mezelf, na vele jaren van volwassenheid, afvraag: waar sta ik als christen?, dan heb ik net zoveel reden om pessimist te zijn als optimist. Veel van datgene waarmee ik twintig jaar geleden oprecht worstelde, leeft nog even sterk. Nog zoek ik voortdurend naar innerlijke vrede, naar creatieve relaties met anderen, naar het ervaren van God - en niemand, ook ikzelf niet, kan op de een of andere manier te weten komen of de kleine psychologische veranderingen, die zich in de afgelopen jaren hebben voorgedaan, van mij nu een meer of een minder spiritueel mens hebben gemaakt. 

Ik herinner me nog dat ik dat destijds best een beetje vreemd vond. Want als je als volwassen man zo bewust met je geloof bezig bent dan zul je toch zeker vooruitgang boeken? Bovendien stond Henri Nouwen bekend als een invloedrijk schrijver en een man van geloof. Ik besef nu hoe gelijk hij had en hoe kwetsbaar hij durfde te zijn door dit op te schrijven in de inleiding van een boek over geestelijke groei! Het zijn mijn woorden en vragen op dit moment. 

Ik stop de brief terug in de schoenendoos, bij al die andere brieven en ansichtkaarten. Ik ben benieuwd naar de inhoud hiervan. Ik ben nieuwsgierig en voel me tegelijkertijd wat onzeker over wat ik in de komende tijd te lezen krijg. Wel ben ik na het lezen van de eerste brief verwonderd over de openheid en kwetsbaarheid van deze 27 jarige man. De andere brieven zal ik zeker lezen, ik merk dat ik wel een zwak voor hem heb, deze gevoelige en serieuze jongeman… En ik hoop toch echt dat hij het mooie en het goede dat in hem was bewaard en gekoesterd heeft.